Codex Aleppo Codex Alexandrinus Archaeological Study Bible Codex Sinaïticus Paulus' tweede zendingsreis

Codex Aleppo


Middeleeuws handschrift van de Hebreeuwse Bijbel (TeNaCh) uit de 10e eeuw. Geldt als het meest gezaghebbende Hebreeuwse Bijbeltekst.

Codex Alexandrinus


Eén van de oudste en meest volledige Griekse handschriften van de Bijbel (LXX en NT); dateert uit de 5e eeuw.

Archaeological Study Bible


Een aanrader: de Archeological Study Bible, te verkrijgen in verschillende Bijbelvertalingen. Complete Bijbel met archeologische achtergrondartikelen.

Codex Sinaïticus


Grieks handschrift van de Griekse Bijbel (LXX en NT) met het oudste volledige exemplaar van het Griekse Nieuwe Testament. Dateert uit de 4e eeuw.

Paulus' tweede zendingsreis


Detail van Paulus' tweede zendingsreis: de reis waarop hij voor het eerst voet op Europese bodem zette.
 

Toegang tot de Bijbel in de grondtalen

→ Direct naar het Hebreeuwse OT
→ Direct naar het
Griekse NT

(Raadpleeg voor een correcte weergave van het Hebreeuws éérst de instructies installatie vreemde fonts)

De rijkdom van de Schriften                                   

Wie zich op een of andere manier ooit met vertalen heeft bezig gehouden, weet dat de oude spreuk 'Vertalen is verraden' op waarheid berust. Het is nu eenmaal niet mogelijk om een tekst in de ene taal zó te vertalen, dat de betekenis van de tekst in de andere taal exact hetzelfde is. Talen zijn verschillend en een woord dat in de ene taal bepaalde associaties oproept, roept in een andere taal wellicht heel andere gedachten op.
Zo is het ook met de Hebreeuwse en Griekse grondtekst van de Bijbel. Hebreeuwse en Griekse woorden kunnen soms een scala aan betekenis hebben, terwijl je in een vertaling toch maar één van die betekenissen kunt gebruiken. Niet voor niets klinkt het bij de uitleg van een Bijbeltekst regelmatig: 'het woord in de grondtaal kan ook ... betekenen'.
Gods Woord in onze eigen taal biedt al een onuitputtelijke, geestelijke rijkdom, maar als je de grondtekst van de Bijbel gaat bestuderen, gaat er opnieuw een hemel open.

De grondtekst van de Bijbel                                                           

Spreken over de grondtekst van de Bijbel kan een misverstand in de hand werken. Men kan hiermee namelijk de indruk krijgen dat het zou gaan om de oorspronkelijke tekst van het Oude en Nieuwe Testament. Maar de écht oorspronkelijke teksten, d.w.z. de handschriften / boekrollen waarop de bijbelschrijvers (Mozes, David, Jesaja, Johannes, Paulus, etc.) de bijbelboeken zelf hebben opgeschreven - en die door de bijbelwetenschappers autografen worden genoemd - zijn helaas niet bewaard gebleven. De Hebreeuwse en Griekse handschriften van de Bijbel zijn dus eigenlijk afschriften van de originele teksten.
Als wij spreken over de grondtekst van het Oude Testament, dan doelen we daarmee doorgaans op de Biblia Hebraica Stuttgartensia (BHS). Deze uitgave, die in 1966 in Stuttgart verscheen, is gebaseerd op een oud handschrift van de Hebreeuwse Bijbel, de Codex Leningradensis. Daterend uit 1008 n. Chr. is dit het oudste, complete handschrift van de masoretische tekst van de TeNaCH (de Joodse aanduiding voor het Oude Testament). Zowel de Joden als de christenen beschouwen deze BHS als een zeer betrouwbare tekst van het Oude Testament. De Dode-Zeerollen die in de jaren '50 en '60 van de 20e eeuw zijn gevonden en dateren uit ca. 200 v. Chr. - 100 n. Chr. en die ook grote delen van de TeNaCH bevatten, leveren daarvan een sterk bewijs.

Toelichting bij de grondtekst van het Oude Testament (TeNaCH)

Omdat de Joden het Nieuwe Testament niet erkennen, heeft het Oude Testament bij hen logischerwijs ook een andere naam. Zij noemen het met een acronym TeNaCH, een aanduiding die is ontleend aan de eerste letters van de drie secties waarin zij wordt verdeeld: Thora - wet, Nebiim - profeten en Chetubim - geschriften. Op een aantal Aramese passages uit Daniël en Ezra na, is de hele TeNaCH in het Hebreeuws geschreven. Dit bijbels Hebreeuws (ook wel klassiek Hebreeuws genoemd) lijkt voor een buitenstaander sterk op het modern Hebreeuws (Ivriet), maar is bij betere bestudering behoorlijk anders. Het verschil kun je vergelijken met dat tussen het moderne Nederlands en het Middelnederlands.
Ongevocaliseerd HebreeuwsOorspronkelijk was de tekst van de TeNaCH geschreven in een klinkerloze versie van het Hebreeuws, waaraan de Joden gewend waren, maar die steeds moeilijker werd naarmate het Hebreeuws meer en meer door het Aramees werd vervangen. Om de juiste uitspraak van de deze medeklinkertekst (en dus ook de juiste Gevocaliseerd Hebreeuwsinterpretatie) voor het nageslacht te bewaren, hebben zogenoemde Joodse masoreten ('overleveraars') de tekst voorzien van klinkertekens, zodat wij nu nog steeds weten hoe de tekst vroeger werd uitgesproken.