Bijzondere eieren …

Eieren zijn prijzig in Ukarumpa en bovendien zitten er tussen de eieren uit de winkel ook heel regelmatig rotte exemplaren. Voor ons een belangrijke reden om zelf kippen te houden. Bijkomende voordelen zijn dat we op die manier zekerder zijn van onze voorraad eieren en dat het heel educatief is voor de kinderen. Ze spelen met de kippen, zorgen voor eten en drinken en … ze treuren om de kippen die dood gaan. Om nog maar niet te spreken van de vele betekenisvolle gesprekjes die ontstaan bij al het wel en wee van de dieren.

IMG_3418Om het kippenaantal op peil te houden, probeer ik (Erna) af en toe uit te breiden door kuikentjes uit te broeden. We kunnen hier op het centrum alleen geen haan houden. Daarom proberen we af en toe bevruchte eieren te kopen vanuit naburige dorpen. Dat lukt lang niet altijd. Kippen houden in de dorpen is lastiger dan het lijkt. Het liefst lopen de kippen natuurlijk los, maar dan lopen ze het risico gestolen te worden of aangevallen door loslopende honden. Kuikens die buiten lopen, worden ook vanuit de lucht aangevallen door roofvogels. Kippen binnen houden is ook lastig, want dan heb je een goed hok nodig. Echt goed, want uit ervaring weten we dat honden gewoon dwars door een simpele laag kwartjesgaas heen breken. En je moet ze natuurlijk dan ook zelf eten geven.

weblog kip 1Broedeieren kopen lukt dus lang niet altijd, maar deze keer hadden we geluk en kochten we 12 kleine witte eitjes, netjes in een eierdoosje. Gelijk maar onder onze broedse kip gelegd, die ze dankbaar bedekt en geduldig gaat zitten. De volgende dag blijkt er één ei uit het nest te zijn gerold en daarbij gebroken. Ruth ruimt het ei op en komt vertellen dat er iets harigs in zit. ‘Nee joh, dat kan niet. Kuikens beginnen pas na 24 uur broeden te groeien en dan is er de eerste dagen nog nauwelijks iets te zien.’

Drie dagen later…. Drie springende kinderen voor mijn neus: ‘We hebben een kuikentje gezien! We hebben een kuikentje gezien!’ Ik weet zeker dat dat niet kan, zal vast een strootje zijn of zoiets. Toch maar even kijken… en warempel, we tellen al vijf kleine kuikentjes. En dat na vier dagen. Plotseling gaat me een lichtje branden. De 12 kleine witte eitjes, zo schattig in het eierdoosje, waren natuurlijk al ruim 2 weken bebroed toen ik ze kocht! Gelukkig hebben we ze gelijk onder onze hen gelegd. Nu zijn er vijf uitgekomen. Zouden de andere zes het overleefd hebben en nog uitkomen? Of waren die misschien nog niet bebroed?

weblog kip 2Voor onze kinderen is het een feestje. Ze genieten van de schattige kleine kopjes die steeds nieuwsgierig te voorschijn komen, en het is zo spannend hoeveel het er uiteindelijk zullen zijn. En dat op de laatste dag van de schoolvakantie, wat een verrassing!

Onwillekeurig denk ik aan iets wat we hier in Ukarumpa nog wel eens tegen elkaar zeggen bij plannen en plannen maken: ‘Plannen zijn er om veranderd te worden’. Want het gaat hier vaak zo anders dan je denkt of dan je plant of zelfs anders dan je had kunnen bedenken. Hoe waar is dat hier! Hoe waar, niet alleen hier in Ukarumpa en nu met de kuikentjes, maar ook voor zoveel mensen over de hele wereld. In Nederland lijkt het leven misschien nog wel aardig maakbaar. Hoewel?

Is het erg als ons leven anders gaat dan we hadden gedacht? Is het belangrijk om controle te hebben over ons leven? In Gethsemane gaf Jezus de controle over Zijn leven in de handen van Zijn Vader: ‘niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede!’ Zoals het voor Hem gold, zo geldt het ook voor ons die Hem volgen: we hoeven ons leven niet in eigen hand te houden, liever niet zelfs. We zijn zo veel beter af als we ons leven laten leiden en besturen door onze hemelse Vader. Schuilen onder Zijn zorgzame vleugels en volgen in gehoorzaamheid, ook al gaat dat dwars tegen onze planning in. Gods planning faalt nooit!

Foto-impressie Aramba (vervolg)

Aramba-01

In januari 2017 hebben we drie weken in Kiriwo gewoond, één van de vijf Aramba-dorpen. Dit keer willen we met een selectie foto’s een impressie geven van ons leven en werk onder de Aramba. Lees ook de eerste helft van de deze foto-impressie.

Aramba-31

 

Deze vrouw geeft ons regelmatig eten uit haar tuin en op onze beurt geven wij haar een brood en wat pindakaas – witte-mensen-eten. In Aramba, zoals vrijwel alle culturen in Papoea-Nieuw-Guinea is uitwisseling van eten erg belangrijk.

Aramba-32

In het vorige weblog hebben we foto’s laten zien van Aramba keukens. Onze keuken zag er (gelukkig) wat anders uit. Het zendingshuis is zo’n 35 jaar geleden gebouwd, en hoewel er veel kapot was, waren we ontzettend dankbaar dat we er gebruik van konden maken.

Aramba-33

Een klamboe (of muskietennet) is geen overbodige luxe. Ruth heeft de nodige avonturen beleefd in haar klamboe: één keer schrok ze wakker van een muis in haar klamboe die er niet meer uit kon en een andere keer schrok ze van ‘vuurtjes’ op haar klamboe. Ze had gelijk: het waren dode vuurvliegjes die niet opgewassen waren tegen de geïmpregneerde klamboe, maar nog wel licht bleven geven!

Aramba-34

De kinderen hebben van de internationale school uit Ukarumpa schoolwerk meegekregen, zodat ze bij terugkomst weer kunnen aansluiten. En juf Carlijn zorgt elke dag voor de lessen!

Aramba-35

Treintje spelen kan bijna overal (tenminste, als er stoelen zijn).

Aramba-36

Bijbelvertaler Katawer en zijn vrouw drinken een bakje koffie mee, iets wat ze normaal niet hebben en dus erg van genieten.

Aramba-37

Michel in gesprek met Sawiyam, een andere Aramba Bijbelvertaler.

Aramba-38

Er is een betrokken team van Aramba Bijbelvertalers. Voor sommigen is het wel twee dagen reizen om in ons dorp te komen. Michel heeft een goede start kunnen maken met het trainen van het vertaalteam. Dit trainen is nodig zodat straks het vertaalwerk beter kan verlopen.

Aramba-39Ook heeft Michel samen met het vertaalteam nagedacht over de spelling van het Aramba. Een goede spelling is belangrijk, vooral ook omdat het anders te moeilijk wordt voor mensen om te leren lezen.

Aramba-40

Het kerkgebouw is voorzien van perfecte airconditioning. We zijn verrast door het bestaan van een levende gemeente, en danken de Heere daarvoor.

Aramba-41

De mannen en vrouwen zitten netjes gescheiden.

Aramba-42

Ook de kinderen hebben een fijne tijd gehad. Hier zijn ze bezig met het maken van balletjes van palmbladeren.

Aramba-43Obadja is onze ‘brandweerman Sam’ en heeft zo zijn avonturen. Naast ons huis stond een tractor met een bijennest erin. Op een dag besluit hij om dat probleem wel eventjes in zijn eentje te fiksen: gewoon een paar emmers water eroverheen gooien. Zo gezegd, zo gedaan! Eén minuut later komt onze ‘brandweerman Sam’ gillend terug met een bijensteek.
Het buurmeisje vijftig meter verderop hoort hem gillen en begrijpt meteen wat er aan de hand is. In een mum van tijd heeft ze de juiste bladeren gevonden om de pijn voor onze held te verzachten.

Aramba-44

Beteuterd en schuldbewust: wat was die kliederpartij in de modder leuk! Maar wat zou mama ervan vinden …?

Aramba-45… tijd om te gaan wassen in de rivier. Niet bepaald een straf en in werkelijkheid een van de hoogtepunten voor de kinderen. In Ukarumpa hebben we geen gelegenheid om te zwemmen, maar hier is het elke dag raak. Hannah heeft een geweldige ‘springplank’ gevonden (in de boom).

Aramba-46

Mannen en vrouwen hebben verschillende plekken in de rivier om te wassen / zwemmen. Obadja is hier op de mannenplek. Kun je’m vinden?

Aramba-47

De rivier wast alles af, ook de kleren en de vaat!

Aramba-48

Hannah met haar vriendinnetje. Het is – zoals overal in de tropen – altijd vroeg (ongeveer 7 uur) donker.

Aramba-49En een man kan niet zonder een boog. Obadja kijkt aandachtig toe hoe deze man een boog voor hem maakt.

Aramba-50Maar dan moet je er nog mee leren schieten. Jong geleerd, oud gedaan! We zien uit naar het moment dat onze jager thuiskomt met vers geschoten wild…

Aramba-51

Michel moet de volgende keer echt mee op jacht. Ze hebben een boog gemaakt en hier krijgt hij les om bovenhands (!) te schieten. Dames opgelet: stap nooit over de boog van een man!

Aramba-52

Naast zijn pijl en boog, krijgt Michel er ook nog een tas bij, speciaal voor hem gemaakt met zijn eigen naam erop: ‘Michel Poaw’. Volgens Michel het bewijs dat de tas handgemaakt en heel speciaal is.

Aramba-53

Tijd voor vertrek. Afscheid nemen is nooit leuk, maar we mogen terug zien op een rijke en gezegende tijd.

Aramba-54

Nog éven bij de Aramba-meisjes zitten voordat het vliegtuig vertrekt.

Aramba-55

En Obadja bij de jongens.

Aramba-56En dan gaan we echt: tot ziens!

Foto-impressie Aramba

Aramba-01

 

 

In januari 2017 hebben we drie weken in Kiriwo gewoond, één van de vijf Aramba-dorpen. Dit keer willen we met een selectie foto’s een impressie geven van ons leven en werk onder de Aramba.

Aramba-02

 

Klaar voor vertrek! De Aramba mensen wonen in een afgelegen gedeelte van PNG en daarom gaan we per vliegtuig. In het dorp waar we heen gaan is gelukkig een landingsbaan. We zijn erg blij dat Carlijn Roest met ons mee gaat als juf voor Hannah, Ruth en Obadja.

Aramba-03

Dit keer hebben we een heel bijzondere co-piloot: Hannah boft! Ze mag voorin naast de piloot zitten.

Aramba-04

Na anderhalf uur vliegen (en nog een tussenstop om te tanken) komt het dorp Kiriwo in zicht. De landingsbaan is duidelijk te zien en aan weerszijden van de landingsbaan zijn huizen gebouwd. Dit gedeelte van Papoea-Nieuw-Guinea is erg dunbevolkt. Op weg ernaartoe zagen we bijna overal oerwoud, en af en toe een rivier die zich door het landschap slingert. Ook is dit gebied niet bergachtig, zoals Ukarumpa in de Hooglanden, maar vlak, waar we ons als Nederlanders wel goed bij voelen.

Aramba-05

Net aangekomen. Vanaf de zijkant staan verschillende mensen toe te kijken wat er gaat gebeuren.

Aramba-06De verbazing is wederzijds: ‘Waar ben ik nu dan toch beland?!’ (Josia)

Aramba-07

Vele schouders maken licht werk. Iedereen helpt een handje mee om onze spullen, inclusief eten voor 3 weken, naar het zendingshuis te dragen. Een koffer met onder andere meel, rijst en melkpoeder weegt maar liefst 35 kg. Geen probleem, gewoon op de schouder.

Aramba-08

 

 

Daar zijn we dan! Ons thuis voor de komende 3 weken. Het vliegtuig is weg, een weg terug is er voorlopig niet meer. Gelukkig staat er in het dorp een telefoonmast van Digicel, een bedrijf dat verantwoordelijk is voor het mobiele netwerk in het land. Er is dus mogelijkheid om (op beperkte schaal) te e-mailen en zelfs te internetten. Maar als dit netwerk een week lang plat ligt, wat bij ons gebeurde in de derde week, dan rest ons alleen een radioverbinding met de buitenwereld.

Aramba-09

De eerste avond krijgen we een hartelijke ontvangstmaaltijd in de kerk. We zitten op geweven matten en er is voor ons gekookt. Jam, zoete aardappel, taro, ananas en zelfs rijst, eigenlijk een luxe product. Vanaf morgen gaan we zelf koken …

Aramba-10

 

 

Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het was ons helaas niet gelukt om een gasfles mee te nemen, dus moeten we op een houtvuur koken. En dat is heel bewerkelijk: bomen hakken, hout splijten, naar huis dragen. Gelukkig wordt dit alles voor ons gedaan: op de foto onze ‘zus’ Koretta, de vrouw van de hoofdvertaler die ook onze gastvrouw is. Zij komt elke dag controleren of we wel genoeg hout hebben en zo niet, dan komt ze het ‘wel even’ brengen. En daar zijn we eerlijk gezegd wel héél erg blij mee, als je kijkt naar de last op haar hoofd …

Aramba-11

Gelukkig hebben we tijdens de Pacific Orientation Course (POC) geleerd hoe je snel een vuur maakt, maar dat is toch alweer drie jaar geleden. Gelukkig worden we er wel steeds handiger in. En als het ons écht niet lukt, bijvoorbeeld als het hout nat is …, dan is er wel iemand om ons te helpen. Alles wat de Aramba mensen nodig hebben, is een bepaald soort bamboe óf een lege aansteker, want die vonkt nog!

Aramba-12

Van deze hele grote pan hebben we een oven gemaakt, zodat we er brood en cake in kunnen bakken.

Aramba-13

In Ukarumpa doe je de cake in de oven, steek je de oven aan, zet je een wekker op 50 minuten en na 50 minuten kijk je of de cake klaar is. Hier is het een tikkeltje lastiger om het vuur zo lang aan te houden. Een blaaspijp van bamboe doet wonderen…

Aramba-14

Josia’s plekje als Erna bij het vuur is.

Aramba-15Carlijns hulp bij het koken komt heel goed van pas, want het blijft een tijdrovend karweitje.

Aramba-16

Ondertussen kunnen wij ons eten uit onze koffers halen. Maar Aramba vrouwen gaan dagelijks naar hun tuinen om hun eten te halen. Nu, in het begin van het regenseizoen zijn dit vooral knolgewassen en ananas, groenten zijn er op het moment niet. Willen ze vlees? Dan moeten zij of hun mannen gaan jagen of vissen.

Aramba-17

Over ananassen gesproken…, die zijn in Aramba een tikkeltje groter dan in Nederland. En dit was volgens degene die hem ons cadeau gaf nog maar een kleintje.

Aramba-18

Het laatste uur heeft geslagen voor deze kasuaris (een soort struisvogel). Hij werd als jonge vogel in de jungle gevangen. De eigenaar heeft er goed voor gezorgd, maar nu is het tijd voor de slacht. Hij zal wordt gegeten op een afscheidsmaal voor enkele kinderen die naar de ‘grote school’ gaan en dus voor een jaar van huis zijn. Het slachten is een hele happening, want kasuarissen zijn gevaarlijk als ze boos worden en kunnen met hun poten met gemak een volwassen man doden. En er is maar één manier om hem te doden zonder bloed te vergieten…

Aramba-19

 

Michel krijgt de eer om als eerste een stuk uit te kiezen.

Aramba-20

 

Andere huisdieren die vetgemest worden voor de slacht …

Aramba-21

Maar er zijn niet alleen huisdieren. Op een dag horen we plotseling een groot geschreeuw, ‘fater’, ‘fater’ (= slang), gevolgd door het geluid van het slaan op de grond. Bij nadere inspectie gaat het om deze slang, gelukkig niet giftig, maar wel vervelend. Overigens is er altijd het gevaar van wel degelijk (heel) giftige slangen…

Aramba-22

Het werk van een Bijbelvertaler: loodgieter, elektricien, timmerman, ….

Aramba-23

Op bezoek bij de buren. De buurvrouw is bezig om touw te maken van vezels uit een bepaald bladsoort. Daarna maakt ze van dat touw een hendel aan een zelfgemaakte tas, ook van natuurlijk materiaal.

Aramba-24

Erna mag ook proberen het touw te draaien, het lukt aardig.

Aramba-25

Hetzelfde huis, maar dan ’s avonds. Links een keuken, waar ze vooral overdag zijn. De vuurplaats staat op palen, zodat die op gelijke hoogte is met het zitgedeelte. Rechts een ommuurd huis met muren dat vooral gebruikt wordt om in te slapen. De muren en daken zijn gemaakt van boomschors.

Aramba-26

 

 

 

 

 

 

Nog een keuken, omdat het regent zijn veel mensen binnen.

Aramba-27

Hier wordt tapiok geschild, een knolgewas.

Aramba-28

Een moeder met haar kinderen, buurkinderen en jachthonden. Ze heeft net cassave voor haar kinderen klaargemaakt als lunch, een ander knolgewas.

Aramba-29

Dankzij Carlijn kunnen we ’s avonds mensen bezoeken. Hier zijn we bij het oudste echtpaar uit het dorp. De man vertelt graag verhalen, maar hij spreekt geen woord Engels. We hebben het een en ander opgenomen, zodat we het na kunnen luisteren en er hopelijk later meer van kunnen begrijpen.

Aramba-30

Dit Aramba baby jongetje vindt het een beetje spannend. Hij blijft even op schoot zitten, maar besluit dan toch maar voor de zekerheid weg te kruipen. Je weet maar nooit met die ‘marchai’ (blanken).

(Dit was deel 1 van 2; wordt vervolgd!)

‘Mee’ naar Papoea-Nieuw-Guinea

Vertrek vanuit Woudenberg

Vertrek vanuit Woudenberg

De auto staat klaar om te vertrekken naar Schiphol. Terwijl ik (Erna) Josia oppak om hem in de auto te zetten verrast hij me met zijn nieuwe woordje ‘mee’. Ja, natuurlijk mag je mee! We gaan terug. Ons verlof is goed geweest, maar we weten en ervaren dat onze plek nu in Papoea-Nieuw-Guinea (PNG) is. We beginnen dus aan de lange, 38 uur durende, spannende en vermoeiende reis. Op Schiphol checken we onze koffers in. Om een of andere reden duurt dat erg lang en worden er verschillende telefoontjes gepleegd. Heeft het ermee te maken dat we met elf paspoorten reizen? Zes stuks geldige nieuwe paspoorten plus 5 oude paspoorten met ons visum voor PNG. De oude paspoorten zijn ongeldig gemaakt, met uitzondering van de visumpagina. Alleen Josia heeft het visum in zijn nieuwe paspoort. De dame achter de incheckbalie vertelt tot onze vreugde dat de bagage helemaal doorgelabeld mag worden naar Port Moresby, de hoofdstad van PNG. Helaas is ze even later niet tevreden met het gewicht van sommige koffers, hoewel het totaal gewicht in orde is. Onze koffers gaan dus open en na wat schuiven mogen ze door. Helaas is de dame inmiddels afgewisseld door haar collega die niet kan doorlabelen naar PNG. Onze koffers krijgen dus een label tot aan Hong Kong, daar moeten we dan maar verder zien. We gaan afscheid nemen van familie en vrienden die helemaal naar Schiphol zijn gereisd om ons uit te zwaaien.

Wat leuk om uitgezwaaid te worden!

Wat leuk om uitgezwaaid te worden!

Een moeilijk moment, tegelijkertijd een moment waarop we beseffen hoe verbonden we zijn – en blijven. Daar gaan we dan, uitgezwaaid vanuit de verte. De eerste beproeving komt al snel. We willen nog btw terugvragen en dat blijkt alleen te kunnen voor de security checkpoints in Vertrekhal 3, terwijl wij in Vertrekhal 1 staan. Michel moet dus terug, terwijl Erna met de vier kinderen door het checkpoint gaat. Laptops, telefoons, drinken, gels, etc. moeten uit de tassen en alles wordt gescand. Josia moet uit de draagdoek en wij zelf worden ook een voor een gescand. Hannah neemt Josia gelukkig even over. Na de scan worden we ook nog allemaal gefouilleerd, inclusief Josia, tot groot vermaak van de kinderen. Ik kom erachter dat ik maar drie van de zes paspoorten heb en hoop maar dat Michel de andere drie heeft. We zoeken een paar stoelen om op papa te wachten. We komen er achter dat in deze samenstelling van moeder met vier kinderen en 5 stuks bagage toiletbezoek erg lastig is, we wachten dus tot papa weer bij ons is, met de 3 overige paspoorten trouwens.

Even poseren voordat we in het vliegtuig stappen ...

Even poseren voordat we in het vliegtuig stappen …

Even later genieten we van onze laatste portie friet met kipnuggets bij de Burger King, en niet het minst van het ballenbad naast onze tafel. De kinderen kunnen even lekker bewegen voordat we vertrekken naar de gate en ons installeren in het eerste vliegtuig naar Frankfurt. Eenmaal in het vliegtuig, duurt het erg lang voordat we vertrekken:  40 minuten vertraging, terwijl we maar 1 uur en 20 minuten overstap tijd hebben.

Doorlopen dus op Frankfurt. We komen aan in zone A en het volgende vliegtuig vertrekt van zone Z! De kinderen zijn moe, maar lopen dapper met hun kleine koffertje achter zich aan. Op tijd komen we aan bij de gate naar Hong Kong. In het vliegtuig herinneren de kinderen ons aan de beloofde cadeautjes en genieten van het uitpakken (bedankt, gevers!).

Josia mag een cadeautje uitpakken

Josia mag een cadeautje uitpakken

Verder zijn we druk met eten. Omdat Josia geen eigen stoel heeft, maar de hele reis gezellig op schoot zit, eten Michel en ik om de beurt, terwijl we de andere kinderen helpen met eten. Hannah zit aan de overkant van het gangpad en redt zich prima alleen. De vlucht verloopt goed. Hannah en Obadja slapen opgerold in hun stoel, Ruth kan de slaap niet goed pakken, Josia slaapt een aantal uur en Michel en ik dutten af en toe even in. De kinderen vermaken zich verder met videootjes op hun eigen schermpje van de vliegtuigstoel. Gek genoeg word je tijdens zo’n reis een beetje duf en ook de kinderen doen weinig meer, ook al hebben ze genoeg puzzeltjes, spelletjes en leesvoer bij zich. We ontbijten in het vliegtuig en kort daarop, na het uitstappen, is het al 3 uur ’s middags, want in Hong Kong is het 6 uur later. ‘Mam, is China een stadje in Nederland?’, ik schiet in de lach. Door al het reizen is het soms lastig om concepten stad en land goed uit elkaar te houden. Is er nou echt zoveel verschil tussen een reis per trein naar Rotterdam en een nacht in het vliegtuig? En als we met het SIL vliegtuig gaan, reizen we wel per vliegtuig, maar blijven we toch weer in hetzelfde land. En aan de taal kun je het ook al niet zeker weten, want in PNG zijn dat er 830…

In Hong Kong worden we opgewacht door met mondkapje gemaskerd luchthavenpersoneel met een apparaatje in hun hand. Michel moet z’n hoed afdoen en ongevraagd controleren ze op afstand of we koorts hebben! Je zou het er prompt van krijgen. Maar gelukkig hebben we het geen van allen! Voor ons ook opnieuw een gebedsverhoring, want met zieke kinderen reizen lijkt ons bijna onmogelijk.

We kunnen onze koffers niet afhalen, want daarvoor zouden we door de douane moeten, terwijl we geen visum hebben voor Hong Kong. De balie van Air Niugini (onze vliegmaatschappij voor de volgende vlucht) is nog niet open en het duurt een poos voordat we iemand hebben gevonden die ons kan helpen. Ja, onze zes koffers worden voor ons opgezocht en gelabeld naar Hong Kong. Wat? Zes koffers? We hadden er zeven. Verbaasd kijken we naar onze zes tickets, waar is de zevende? De dame achter de balie blijft gelukkig vriendelijk en beloofd een zoekactie.

Wachten op het vliegtuig...

Wachten op het vliegtuig…

Na een uur mogen we terugkomen. ‘We moeten bidden’, zegt Ruth. Natuurlijk!  Samen bidden we of we met zeven koffers in PNG mogen aankomen. We zoeken een rustig plekje waar de kinderen een beetje kunnen bewegen en gaan op jacht naar een paar flesjes drinken. Dat blijkt iets lastiger, omdat we geen Hong Kong-se dollars hebben en voor een beetje drinken eigenlijk geen geld willen wisselen, maar het lukt. Een uur later blijkt de zevende koffer gevonden. Bovendien is het geen probleem dat we eigenlijk iets te veel kilo’s hebben volgens de bagage regels van Air Niugini, er wordt tenminste met geen woord over gerept. Looft de Heere!

Ondertussen lezen we het nieuws dat er in Port Moresby stakingen zijn begonnen op de nationale vluchten en dat er diverse vluchten zijn geannuleerd. Oeps, zou dat overslaan naar het internationale vliegverkeer? …. Het vliegtuig vertrekt gewoon. Bij het instappen begint Obadja een enthousiast verhaal in het Nederlands tegen een stewardess, die hem vriendelijk aanhoort en doet alsof ze er iets begrijpt …  Door het tijdsverschil is nu na ons ontbijt het diner weer aan de beurt. De cadeautjes en filmpjes passeren weer, opgerolde kinderen in hun stoel… Het is nog donker als we ongeveer half vijf in de ochtend landen in Port Moresby. Zouden alle zeven koffers zijn aangekomen? Hannah installeert zich aan het begin van de rolband en na een poos wachten, komt ze er enthousiast aanhollen, de eerste koffer is op komst is en de andere zes volgen kort daarna. Voor ons een wonder dat dat zo goed is gegaan! Nu nog door de douane. Een medewerker van het vliegveld komt ons halen uit de lange, lange rij en zet ons vooraan in een andere rij. Reizen met kinderen heeft zo zijn voordelen! Even later nog een spannend moment: moeten alle koffers open? Mogen we onze kaas uit de handbagage houden? Alles gaat goed, het blijft allemaal bij een scan en even later ontmoeten we de chauffeur die ons naar een zendingsgasthuis brengt om even uit te rusten en te ontbijten.

Obadja ploft neer ... en slaapt

Obadja ploft neer … en slaapt

Obadja is te moe en valt in een onmogelijke houding op een bank in slaap. Tegen negenen komt de chauffeur ons weer halen en brengt ons naar de MAF hangar, waar het kleine acht persoonsvliegtuigje vertrekt. Alles gaat op de weegschaal, ook wijzelf: deze laatste vlucht betalen we niet per persoon, maar per kilo. Er is nog geen brandstof voor het vliegtuig, dus wachten we nog een half uur tot het tanken klaar is. De piloot bepaalt waar we zitten, want het gewicht moet evenwichtig verdeeld worden. Even later zien we vanuit de lucht bekende beelden. Bomen – overal, bergen, rivieren die ertussen door slingeren, af en toe een verzameling hutjes: Papoea-Nieuw-Guinea!

Bij het landen wacht ons een grote verrassing, verschillende Nederlandse collega’s staan ons met hun kinderen op te wachten. Dat hadden we niet verwacht, een warm welkom na zo’n vermoeiende reis. Nog een korte rit in een busje en we zijn … thuis! Thuis in een warm en zonnig Papoea-Nieuw-Guinea.

Eerste indrukken in Arammba

(Vervolg Arammba-verslag, deel 3)

Ik word wakker, kijk om me heen en herinner me weer waar ik ben beland: in Kiriwo, een van de vijf Arammba dorpen. Ik ben benieuwd wat er allemaal te zien is in het dorp en vraag aan Katawer of hij me een beetje wil rondleiden. Eerst brengt hij me naar het zendingshuis, waar ik talloze foto’s neem om straks thuis aan Erna en de kinderen te laten zien.

zendingshuis

Zendingshuis uit de jaren ’80.

Het huis toont vooral vergane glorie, maar het is nog goed bewoonbaar … als je niet zo kieskeurig bent. Ik neem foto’s van dingen die later wellicht vervangen of vernieuwd moeten worden, zoals de dakgoot die ons moet voorzien van regenwater en de horren voor de ramen. Na even door het huis gelopen te hebben, realiseer ik me wat een luxe dit geweest moet zijn toen het in 1985 werd gebouwd. Daarom vraag ik aan Katawer hoe het dorp hierop had gereageerd? Dat viel volgens hem alles mee, want het dorp profiteerde er ook van. Het zendingshuis werd jarenlang niet alleen gebruikt door de zendeling, maar ook door de plaatselijke kerk en het bijbelschooltje. Bovendien, als ze een gewoon dorpshuis hadden gebouwd, hadden ze om de zoveel jaar een nieuw huis moeten bouwen en dit huis staat er nu al 30 jaar!

badkamer

Badkamer: puur natuur

Na het zendingshuis, bezoeken we de badkamer buitenshuis. Deze badkamer is een idyllisch plekje in de bocht van een kreek die zich door de jungle slingert. We lopen verder door het dorpje, voorbij een basketbal veldje en daar zien we warempel een Digicel-toren, die het mogelijk maakt om mobiel te telefoneren én te internetten. Vreemde gewaarwording: zoiets moderns in het hartje van de jungle.

Nadat we verder nog wat hebben rondgelopen en gezien waar ze het drinkwater putten, keren we terug naar huis om weer te eten, wat met elkaar te praten – … ehm en vooral te luisteren en dan valt er weinig meer te doen in het donker. Om 21.00 ligt iedereen op één oor.

Ontbijt en de eerste gesprekken in Arammba

huis

Slaapplekje onder de klamboe

De eerste nacht in Kiriwo heb ik goed geslapen. Het huis waarin ik slaap heeft twee wanden aan de noord- en zuidkant. De oost- en westkant zijn (nog) open, waardoor het lekker doorwaait, maar ’s nachts ook wel een beetje koud is. Om 06.00 zie ik het licht worden, en dat is voor de meeste mensen tijd om op te staan en het ontbijt klaar te maken. Terwijl ik nog onder een klamboe op m’n matje lig om alle nieuwe dingen te verwerken en me probeer voor te stellen hoe deze dag eruit gaat zien, hoor ik de mensen buiten gezellig zitten keuvelen. Ik begrijp er nog bar weinig van, want alles gaat in het Arammba. Af en toe hoor ik wat bekende woorden, zoals kisare, wat ‘dag’ of ‘zon’ betekent en manangu, het Arammba woord voor ‘hond’. Of namen van inmiddels bekende dorpjes in de wijde omtrek: Suki, Gowi, Morehead, Daru.

ontbijt

Ontbijt in de morgen

Nieuwsgierig gluur ik door een spleet in de noordwand van het huis en zie mijn gastfamilie gezellig bij een vuurtje, zittend op enkele matten van gevlochten palmbladeren. Ik vermoed dat het al een half uurtje later is en besluit om me klaar te maken en me bij het groepje te voegen. Op hun beurt beantwoorden ze beantwoorden mijn groet ‘Gafu kurem’ (goedemorgen) met een wederzijds gafu kurem en het gesprek gaat weer verder, in onvervalst Arammba, wat ik natuurlijk niet kan volgen. Ogenschijnlijk heerlijk genietend van de opkomende zon, probeer ik zoveel mogelijk nieuwe woorden in me op te nemen. Een leuke is het woord papa, dat je grappig genoeg alleen mag zeggen tegen een kind als je wilt dat het ergens mee stopt. Een beetje hetzelfde als ‘afblijven!’. Ik leer het woord xambrim (ga terug) en even later het woord xanbrim (kom terug). Eén letterpoot verschil.
Vlak bij mij zit een man die ik nog niet eerder heb gezien. Niemand verwacht hier dat je meteen gaat praten als je elkaar voor het eerst ontmoet, dus ik heb alle tijd om te bedenken wat ik zou kunnen zeggen. En na een poosje komt het er aarzelend uit. Het begin is gemakkelijk, want dat heb ik al zo vaak gezegd: ‘Gafu kurem’ (goedemorgen), maar dan moet ik hard nadenken: ‘Me mbuni dø nari?’ (hoe heet je?). Zo dat is eruit! Maar het moeilijkste komt nog, want zal ik in staat zijn om die vreemde namen goed te horen en … te onthouden? Zijn naam valt erg mee: Mbatawa Maira. En dan stokt het gesprek, want veel weet ik niet meer te zeggen. Ik probeer me te herinneren hoe ik mezelf introduceer en vragend komt het eruit: ‘Nduni dø me wari Michel?’ (mijn naam is Michel). Alsof ze dat nog niet wisten van de enige blanke in het dorp! Nu is het gesprek toch echt voorbij en ik heb tijd om te verwerken hoe dom ik me wel niet voel, vanwege het feit dat ik niet eens met deze mensen kan praten in hun eigen taal.

Het is een tijd van zitten, eten en praten. Op een vuurtje roosteren de vrouwen een aantal yams en koken een pot met water, terwijl ze rustig zitten te keuvelen. Een vrouw staat op om een paar citroenbladeren te plukken die ze in een kommetje doet en giet er vervolgens warm water bij. Het ontbijt is simpel maar voedzaam: yam en citroenwater. Voor iedereen is er genoeg. Ik krijg ook een bord toegeschoven en met een ‘Garnderi’ (dank je wel) pak ik zo’n grote, droge, zoete aardappel en eet hem op.

(wordt vervolgd)